Wat blijft hetzelfde?

Als je in onze vorige pensioenregeling een partnerpensioen hebt opgebouwd, dan is er straks nog steeds een nabestaandenpensioen. Dit is een pensioen voor je partner en voor je kinderen, zodat zij inkomen hebben als jij er niet meer bent. Voor je partner is er het partnerpensioen. Voor kinderen is er het wezenpensioen. Heb je (alleen) in onze huidige pensioenregeling opgebouwd (vanaf 2023) dan wordt er als je overlijdt voor de pensioendatum van het kapitaal dat in die regeling is opgebouwd tot 31 december 2026 een levenslang partnerpensioen ingekocht.

Overlijd je na je pensioendatum dan is het partnerpensioen afhankelijk van welke keuzes je hebt gemaakt op de pensioendatum, met de dan opgebouwde pensioenpot.

Wat verandert er?

Het partnerpensioen dat je eventueel hebt opgebouwd tot 1 januari 2023, blijft voor jou bestaan. Het blijft gereserveerd staan voor je partner. Bij de overgang naar de nieuwe regeling wordt dit partnerpensioen omgezet in een persoonlijke pensioenpot. 

De pensioenpot die je hebt opgebouwd tussen 1 januari 2023 en 31 december 2026 blijft gereserveerd voor je partner, indien je voor de pensioendatum komt te overlijden. Heb je geen partner, dan blijft het gereserveerd voor je kinderen ingeval van overlijden voor de pensioendatum.

Ben je 58 jaar of ouder en je hebt in de pensioenregeling 2023 een voorlopige keuze gemaakt voor een stabiele uitkering, dan wordt dit kapitaal ook ingebracht in de nieuwe regeling, bestemd voor aankoop van pensioen vanaf de pensioendatum.

Al deze pensioenpotten bewegen mee met de economie.

Wat betekent dit voor je partner?

Als je in onze pensioenregelingen tot 1 januari 2027 een partnerpensioen en/of een pensioenpot hebt opgebouwd, dan blijft dat gereserveerd staan voor je partner. Je neemt dat bedrag mee naar onze nieuwe regeling en het gaat daar meebewegen met de economie. 

Als het partnerpensioen eenmaal wordt uitgekeerd, dan kan de uitkering ieder jaar worden aangepast (naar beneden en naar boven). We hebben maatregelen ingericht om grote schommelingen van de uitkering te voorkomen zoals het spreiden van de beleggingsresultaten over drie jaar.

Zekerheid voor je kinderen

Heb je in onze vorige pensioenregeling (tot 2023) een partnerpensioen opgebouwd? Dan hebben je kinderen jonger dan 25 jaar recht op een wezenpensioen na jouw overlijden. 

Ben je na 1 januari 2023 in dienst gekomen?
Dan blijft de pensioenpot die je vanaf 2023 hebt opgebouwd gereserveerd voor je partner. Hiervan wordt als je overlijdt voor je pensioendatum een partnerpensioen van aangekocht. Heb je geen partner, dan blijft deze pensioenpot gereserveerd voor wezenpensioen. Heb geen partner en geen kinderen, dan vervalt je opgebouwde pensioenpot aan het fonds.

Ben 58 jaar of ouder en heb je een voorlopige keuze voor een stabiele uitkering gemaakt, dan wordt dit partnerpensioen omgezet in een kapitaal en is bestemd voor pensioen na je pensioendatum.

Hieronder lees je meer over de veranderingen in het nabestaandenpensioen. 

Het nabestaandenpensioen beweegt ook mee

In de nieuwe pensioenregeling beweegt het nabestaandenpensioen mee met de economie. Dat komt omdat in het nieuwe pensioenstelsel pensioenen afhankelijk worden van de resultaten. Gaat het goed, dan kan het pensioen stijgen. Vallen de resultaten tegen, dan kan het ook dalen. 

Als het nabestaandenpensioen eenmaal wordt uitgekeerd, dan kan de uitkering ieder jaar worden aangepast (naar beneden en naar boven). We hebben maatregelen ingericht om grote schommelingen van de uitkering te voorkomen zoals het spreiden van de beleggingsresultaten over drie jaar. De aanpassing gebeurt op basis van de behaalde resultaten. 

Het partnerpensioen na pensionering

Als je met pensioen gaat dan zet je je pensioenpot om in ouderdomspensioen en een partnerpensioen. Standaard is het partnerpensioen dan 70% van het ouderdomspensioen. Je kunt zelf een lager percentage partnerpensioen kiezen. Als je je partnerpensioen wil verlagen heb je toestemming nodig van je partner . Beide pensioenen blijven ook na pensionering meebewegen met de economie. Na pensionering is er geen wezenpensioen meer.


Note: 

Op deze pagina gebruiken we omwille van de begrijpelijkheid het woord salaris. Daarmee bedoelen we het pensioengevende salaris. Dat is je jaarinkomen inclusief vakantiegeld en eventueel bonus/13e maand. In het pensioenreglement vind je wat er precies onder valt bij jouw werkgever.